Ik stond achter haar in de rij.
'Staat er echt Jakarta? Maar ik ben
niet in Jakarta geboren!'.
'Er staat echt Jakarta'.
'Ik ben in Batavia geboren, niet in
Jakarta'.
'We kunnen dat niet zomaar veranderen
mevrouw'.
'En ik ben er juist zo trots op dat ik
in Batavia geboren ben!'.
Ze kijkt even om zich heen.
'Het was toen nog echt no mans
land....'.
'Was je moeder onbevlekt ontvangen
ofzo?' vroeg ik.
Ze keek verbaast om.
'Hoezo?' vroeg ze.
'Nou, als het echt no mans land
was, hoe kan jij daar dan geboren zijn?'.
Ze trok haar wenkbrauwen op.
'Nou?' vroeg ik.
Deze oefening in geduld begon mij al meteen de keel uit te hangen.
Ik hoefde verdomme alleen even een
pasfotootje in te leveren.
'Ik bedoelde het natuurlijk
spreekwoordelijk' zei ze, en begon nijdig haar lippen te stiften.
Karmijnrood. Het stond haar wel, moet
ik zeggen.
'Alsof no mans land een
spreekwoord is' zei ik, niet van plan mij van mijn stuk te laten
brengen.
Ik haat het als mensen woorden of
uitdrukkingen op een verkeerde manier gebruiken.
Ik bedoel, er is al genoeg ellende in
de wereld. Als de taal dan ook nog eens verloederd, dan is het einde
helemaal zoek.
Dan is de hele wereld straks één
groot no mans land, net als Batavia destijds.
'En sowieso: who cares about
Batavia' verhief ik mijn stem.
'Ik bedoel, het heet nu Jakarta,
accepteer dat gewoon!'.
Ze reageerde niet meer, en handelde het
gesprekje met de mevrouw achter de balie af.
Daarna draaide zij zich om om weg te
lopen.
Ik hield haar nog even staande.
'Weet je, op mijn identiteitskaart
staat bij geboorteplaats ook altijd gewoon 'Zuidelijke IJsselmeerpolders', hoor'.
'Oh echt?' zei ze, plotseling verheugd
dat we toch iets met elkaar gemeen hadden.
Want vrouwen houden daarvan, van dingen
gemeen hebben.
De meeste vrouwen althans, niet
allemaal.
Je hebt ook vrouwen die liever niets
gemeen hebben met andere vrouwen.
Maar die zijn zelf gemeen.
'Ja, echt. En dat terwijl ik er juist zo
trots op ben dat ik in Almere geboren ben!'
Ze knikte begrijpend.
Ik zag dat haar lippenstift een beetje
uitgeschoten was bij de rechterkant van haar bovenlip.
Ze gaf me een bemoedigend klapje op de
schouder en liep weg richting uitgang.
'Het was toen nog echt no mans
land...' riep ik haar na.
© Jiska de Vries 2012