maandag 25 november 2013

Zwarte Piet II


Zwarte Piet II

De Zwarte Piet discussie heeft inmiddels grote proporties aangenomen.
De drogredenen schieten je hierbij om de oren als pepernoten.

Een kleine greep uit de gehoorde drogredenen:

  1. 'Ja, maar als we dit gaan verbieden dan mag straks niets meer!'
  2. 'Moeten we dan naar iedereen in NL die zich achtergesteld voelt gaan luisteren?
    Dat is toch niet te doen?!'
  3. 'Maar dat is toch cultuur!'

Waarom zijn dit drogredenen?
Welnu, dat zal ik u even haarfijn uitleggen.

Drogreden 1:

Hoe kom je erbij dat als er één ding verboden wordt, gelijk alles wordt verboden? Toen er ooit een wet is gemaakt tegen discriminatie, werd daarna ook niet gelijk alles wat je maar kunt bedenken verboden.
Ik noem maar een dwarsstraat.
Bovendien is dit valse argument puur gebaseerd op angst, en bevat het een aanname. Namelijk de aanname dat wanneer één ding verboden wordt, of aangepast, gelijk de hele wereld 360 graden draait en je helemaal niets meer kan doen zonder een boete te krijgen.
Het is een aanname omdat niets in het heden, en in de discussie rondom Zwarte Piet, erop wijst dat wanneer Zwarte Piet verandert of verboden wordt, er ook gelijk een heleboel andere dingen gaan veranderen.
Bovendien; is de angst dat 'straks niets meer mag' (hetgeen totaal geen grond heeft), belangrijker dan de gevoelens van een deel van de Nederlandse bevolking die zich gediscrimineerd voelen?
Ik kan mij de angst best voorstellen hoor, dat straks niets meer mag. Maar het is een irreële angst, en een vals argument.
En verder: door deze drogreden worden de dingen nogal omgedraaid.
In plaats van dat er aandacht is voor de mensen die zich gediscrimineerd voelen (en die dus, in zekere zin, slachtoffer zijn) plaatsen de opponenten zich in de rol van slachtoffer.
Dat is een onjuiste omkering van zaken. Wij blanke Nederlanders zijn in deze kwestie niet de partij die zich gekwetst voelt. Dat zijn de mensen die zich gediscrimineerd voelen.
Dan is het onkies om gelijk zo openlijk te vrezen voor je eigen hachje.

Drogredenen 2:

Wie zegt dat als je naar één bepaalde bevolkingsgroep die zich roert luistert, je gelijk van elk wissewasje een grote zaak moet maken? Niemand.
De Zwarte Piet discussie is al jaren aan de gang, maar nooit was het geluid over (vermeende) discriminatie zo sterk als nu.
Als je dat gaat negeren dan ben je niet tolerant, laat staan beschaafd.
En in dit land willen wij graag beschaafd met elkaar omgaan.
Dus als een groep zich duidelijk gediscrimineerd voelt, dan luister je daarnaar en probeer je je in te leven in hun standpunt.
Dat is wel het minste wat je kunt doen.

Drogredenen 3:

Slavenarbeid was ook cultuur. Kinderarbeid trouwens ook.
Net als mensenhandel. Vrouwenbesnijdenis.
Moet ik nog even doorgaan?
Ergo: cultuur is geen statisch iets, het is dynamisch, en aan verandering onderhevig.

zaterdag 2 november 2013

Column van Peter Staal

Ik las net een interessant 'tegengeluid' in de discussie over mazelen en de keuze van ouders om al of niet te vaccineren.
Ik wilde het jullie niet onthouden dus heb het even overgetypt.
Ook omdat ik vind dat de media veel te weinig verschillende geluiden laat horen rondom (o.a.) deze discussie.

Column: Peter Staal

Tijdschrift 'Stroom' nr. 3, 2013

Respect voor de ander zijn mening over mazelen

Wat is het hebben van een eigen mening toch moeilijk, denk ik weleens. Tijdens de recente mazelenepidemie laaide ook de discussie over het wel of niet vaccineren weer hoog op.
Het RIVM (zeg maar: de medische overheid), de GGD's en de centrale (Rutte) en lokale overheden (burgemeesters) riepen op te gaan praten met ouders, en wel 'met begrip en respect voor ieders standpunt over vaccinatie en zonder vooroordelen'. Er zijn namelijk ouders die van mening zijn dat het krijgen van mazelen gezond is voor de ontwikkeling van het afweersysteem van hun kind. Er zijn anderen die dat bestrijden.
Mazelen komen steeds minder voor en allergieën steeds meer. Het is natuurlijk niet zonder meer bewezen dat deze twee fenomenen samenhangen, toch zijn er wel een paar aanwijzingen in die richting.
Laten we eens wat associatief de feiten benaderen. Het aantal doden door wespenallergieën per jaar in Nederland wordt geschat op 8 tot 10, het aantal dat door allergische astma overlijdt op ongeveer 75 per jaar. Op de site van het RIVM over het vóórkomen van astma lees ik: 'Uit een langlopende huisartsenregistratie blijkt dat het aantal mensen met astma tussen 1984 en 1997 flink is gestegen'. En er staat ook: 'Een deel van de stijging wordt toegeschreven aan verandering in leefstijl die gepaard gaan met een toenemende welvaart (...) en het doormaken van minder infecties'.
Wacht even: dus het minder doormaken van infecties zou er eventueel toe hebben bijgedragen dat er meer allergieën voorkomen, die denkbaar medeveroorzaker zijn van ziekte en het daardoor mogelijk overlijden?
Wat zegt het RIVM over allergieën in het algemeen?
'Op basis van het aantal gebruikers van antihistamonica in 2008 wordt geschat dat ten minste 1,2 miljoen mensen kampen met allergische klachten (...). Wereldwijd neemt het aantal mensen met een allergie toe en dat hangt samen met het vermindert voorkomen van infecties'.
Het RIVM refereert aan een onderzoek dat in Oost-Duitsland is gedaan waaruit naar voren komt dat door de zeer snelle 'verwestering' van de Oost-Duitse cultuur bij jonge kinderen veel meer allergieën voorkomen dan bij kinderen van 14-15 jaar die nog opgroeiden in het 'oude' Oost-Duitsland.

Nu zou je toch langzamerhand gaan denken dat de kritische ouders die hun kinderen niet laten inenten tegen mazelen weleens een punt konden hebben.
Hierbij doe ik een uitnodiging aan de mensen van het RIVM hun eigen website nog eens goed te lezen en hierover in gesprek te gaan met ouders. En omgekeerd ligt er volgens mij voor ouders, die menen dat het doormaken van mazelen nuttig is voor het goed functioneren van het afweersysteem, ook een taak om met het RIVM te gaan praten, want ik ben het eens met het idee dat we met elkaar moeten blijven praten.
Dat moet dan wel met begrip en respect voor ieders standpunt over vaccinatie en zonder vooroordelen natuurlijk.

Peter Staal is antroposofisch huisarts  


donderdag 31 oktober 2013

Menswaardig

Menswaardig

In de uitzending van De Vijfde Dag van 23 oktober jl. stond de vraag 'Moet alles wat medisch gezien kan?' centraal (ofwel: doorbehandelen bij terminale kanker of niet).

Het palliatieve zorgteam van het Rijnland Ziekenhuis te Arnhem werd in hun handel en wandel door de camera van De Vijfde Dag gevolgd. De medici uit dit betreffende zorgteam begonnen een paar jaar geleden als 'pioniers', en zij zijn in hun benaderingswijze nu een voorbeeld voor vele andere ziekenhuizen.

Het uitgangspunt van dit team is: de patiënt. En dan vooral de vraag richting de patiënt: 'Hoe kunnen we zorgen dat u het stukje leven dat u nog hebt, zo goed mogelijk doorkomt?'
Best een logisch uitgangspunt, zou je denken, maar blijkbaar is dit iets nieuws in Neerlands Zorgland.

Citaat van een internist-oncoloog die binnen dit team werkt: '(....) We werden technisch zo goed met alle machines en dergelijken, dat ik mij begon af te vragen of er ook nog ruimte is om naar de patiënt te kijken, met hun ziek zijn'.
Deze zogenoemde ruimte werd in dit ziekenhuis vervolgens gecreëerd, en zo ontstond een aantal jaar geleden dit zorgteam dat kijkt naar de hele mens, en niet alleen naar de diagnose. 

Dit houdt in dat er niet alleen gesprekken worden gevoerd rondom de diagnose, maar ook over wat er nog meer speelt in het leven van de patiënt. Want de patiënt is niet de ziekte alleen, en niet alleen met de ziekte.
Een journalist stelt echter in dit item aan een arts uit het zorgteam de terechte vraag: 'Tot hoever mag u zich bemoeien?'
Waarop de arts antwoord dat hij zich 'met heel veel' mag bemoeien: 'Ik hoef niet alleen te kijken naar chemotherapie of diagnostiek, ik kijk naar het hele mensbeeld'.

In de studio zit een medisch adviseur van Achmea, en ook zij beaamd: 'Je kan niet zeggen dat je alleen naar de diagnose kanker kijkt, dat is te weinig. Je moet kijken: hoe is dit voor de patiënt?' 
Zo was er in het item bijvoorbeeld een jonge moeder te zien, die terminaal ziek was. 
Zij legde uit dat voor haar, in tegenstelling tot sommige andere kankerpatiënten, kwantiteit van leven in zekere zin zwaarder woog dan kwaliteit.
Dit omdat haar jongste zoontje pas vier jaar oud was, en hij nu pas herinneringen van haar zou ontwikkelen. Dan is een paar maanden leven erbij belangrijker dan in het geval zij bijvoorbeeld een bejaarde vrouw zou zijn geweest. Dan zou kwaliteit van leven voorop staan.

Oftewel: het komt erop neer dat er bij dit zorgteam als het ware een lichtje is gaan branden, en zij tot het besef zijn gekomen dat het belangrijk is om niet alleen naar diagnostiek te kijken, maar naar de hele mens. 
Hierbij bleek ook nog eens dat deze benadering heel wat extra kosten aan onnodige behandelingen scheelt. Omdat er meer werd gekeken naar waar echt behoefte aan was, in plaats van als een gek te focussen op diagnostiek, bleek er qua behandeling vaak veel minder nodig.
Het klinkt allemaal heel logisch. 

Toch is deze kleine omwenteling in dit gedeelte van de Nederlandse Gezondheidszorg opmerkelijk te noemen, omdat er bij deze benadering sprake is van een meer holistische kijk op de gezondheid in plaats van de gangbare, puur wetenschappelijke benadering.
Ik zie dit als een grote winst, en ik begrijp niet waarom niet de hele zorg is ingericht op deze benadering.

Het pionierswerk dat het palliatieve zorgteam in Arnhem verricht juich ik dan ook van harte toe.
Hoewel ik moet zeggen dat ik het wel wrang vind dat pas bij mensen die terminaal ziek zijn een 'menswaardige benadering' (benadering waarbij niet alleen naar de diagnose, maar naar de hele mens wordt gekeken) wordt toegepast, in plaats van bij alle typen patiënten. 
Mijns inziens wordt het tijd dat de hele Nederlandse Gezondheidszorg de meer holistische benadering gaat toepassen.

De reguliere zorg kan iets leren van onder andere de antroposofische geneeskunde - welke naar mijn mening ten onrechte vaak zeer negatief wordt weggezet in de media in dit land - , die al sinds jaar en dag naar de hele mens kijken, en niet alleen naar de diagnose van een patiënt.

woensdag 23 oktober 2013

Zwarte Piet I


Zwarte Piet

De Zwarte Piet kwestie, ik vind hem ingewikkeld.
Mijn eerste neiging is te zeggen dat het onzin is dat het fenomeen Zwarte Piet een uiting van racisme is, immers: het is niet racistisch bedoelt. Ook voel ik mij enigszins aangevallen in deze discussie.

Ik ben namelijk een groot fan van de Sinterklaastraditie, juist omdat zo überNederlands is, één van de laatste Nederlandse tradities die nog (enigszins) overeind staat. Heel anders dan bijvoorbeeld het Kerstfeest, dat volledig geamerikaniseerd is en daardoor mijns inziens een veel hollere (commerciële) betekenis heeft gekregen dan het Sinterklaasfeest.
Ook in het licht van de tijd gezien, de tijd van globalisering en daardoor steeds meer opheffing van de eigen culturele waarden die voorheen als vanzelfsprekend bij een eigen identiteit van een land horen, lijkt het willen behouden van die laatste eigen culturele traditie een reële wens.

Wanneer ik mij echter verplaats in de partij die zich gekwetst voelt door het fenomeen Zwarte Piet, dan kan ik mij daar óók iets bij voorstellen. Wanneer je de voorbeelden hoort van bijv., de moeder van Quinsy die op een beledigende manier door een collega wordt betiteld als 'Zwarte Piet', dan gaan ook mijn haren overeind staan.
Ofschoon ik ook de neiging heb om te denken: dat is een exces. Een exces van een samenleving die in principe niet racistisch is. Ergo: de meeste mensen die het Sinterklaasfeest vieren zullen daar geen enkele racistische gedachte bij hebben, laat staan iets uiten in die trant.

Het feit echter, dat Zwarte Piet in sommige Sinterklaasliedjes behalve als een held, ook letterlijk ofwel figuurlijk wordt neergezet als 'de knecht' van Sinterklaas, is ook niet mis.
En ik kan mij voorstellen dat dat een kwetsende lading heeft, omdat het refereert aan het pijnlijke slavernij verleden.
En misschien zit daar wel juist de zere plek, de oorzaak, waarvan de hele Zwarte Piet discussie slechts een symptoom is. Er is te weinig aandacht in Nederland voor het slavernijverleden, waarin onze voorvaderen behoorlijk grove misdaden hebben gepleegd.

Nooit heeft bijv. de Surinaamse bevolking hier verontschuldigingen of erkenning voor gekregen vanuit de Nederlandse overheid. Wellicht is dat hetgeen waar deze discussie eigenlijk om draait. En wordt het tijd dat het dan inderdaad ook dáár over gaat.

Ik kan mij zo voorstellen, dat wanneer met name de Surinaamse bevolking, meer erkenning heeft gekregen voor deze schandvlek uit de Nederlandse historie, er vanuit hun kant ook meer begrip zal zijn voor ons verlangen om onze traditie te laten voorleven.
Want die is mij heel wat waard; ook omdat ik mij van geen kwaad bewust ben. Ik ben namelijk geen racist, en zal te allen tijde racisme willen bestrijden.

Daarnaast vind ik echter niet dat een ieder die zich slecht behandelt voelt, altijd in het gelijk gesteld moet worden, alleen uit angst om voor racist te worden uitgemaakt.

Wanneer ik mijzelf daarnaast een spiegel probeer voor te houden, en denk aan de stierenvechten in Spanje, dan besef ik: ook dat is een traditie. In mijn ogen een rare traditie, die wat mij betreft wel mag worden afgeschaft.
Aan de andere kant denk ik: wie ben ík om er iets over te zeggen?
Immers; ik ben geen Spanjaard, ik weet niet hoe het voelt om een Spanjaard te zijn, en opgegroeid te zijn met een dergelijke traditie.

Zo leer ik dat het aan de ene kant wellicht makkelijk te oordelen is als buitenstaander, en snel klaar te staan met je morele oordeel.
Anderzijds is het ook makkelijk om de argumenten van de tegenpartij al te nsel snel terzijde te schuiven met het argument dat het aanstellerij is.

Naar mijn idee zouden beide partijen met elkaar in gesprek moeten gaan om te kijken waar deze discussie werkelijk om draait. En dan is het de bedoeling dat beide partijen proberen zich in te leven in elkaar. Ik denk dat dat de discussie al een stuk vooruit zal helpen, in plaats van alleen op te komen voor de eigen gevoelens die deze kwestie oproept.
Dan zullen Sint en Piet ons huisje vast niet voorbijrijden dit jaar.


dinsdag 1 oktober 2013

Wime

Je zou maar op je tiende (!) met je broer, zonder ouders, naar Nederland zijn gekomen. Een compleet ander land waarvan je de taal en de cultuur niet kent of begrijpt.
Heb je je ooit voorgesteld hoe eenzaam dat moet zijn?
Je komt terecht in een kindertehuis, er zijn geen volwassen die je opnemen in hun gezin of een stabiele factor zijn in je jeugd.
Dat is op zich al iets waardoor je erg beschadigd kunt raken, en wat het erg moeilijk maakt om een gezonde, stabiele volwassene te worden.
Je hebt genoeg redenen om op het slechte pad te raken, je hebt immers geen ouders of andere volwassenen die onvoorwaardelijk van je houden. Laat staan dat je iets van belangrijke bagage meekrijgt om te weten hoe je je als volwassene kunt redden.
Maar toch weet je je te redden, je maakt vrienden, krijgt een relatie, ontplooit je muzikale talenten en je wil een opleiding volgen.

Als dank voor je inzet om ondanks je zware jeugd toch nog iets van je leven te maken, mag je vier jaar lang geen opleiding volgen, zit je jarenlang in onzekerheid over je verblijfstatus, en wordt je uiteindelijk zelfs gevangen genomen.

En waarom? Alleen omdat je wilde (over)leven.
Dat is blijkbaar een misdaad in dit land.

dinsdag 17 september 2013

Manuscript



Ik heb een manuscript geplaatst van alle 'Hitlertjes' en je kunt al voor 5 euro aandelehouder worden.
Bij 2000 aandeelhouders mag het een boek worden!

dinsdag 12 maart 2013

Stichting Worstenbrood


Stichting Worstenbrood zet zich in voor het behoud van worst, brood, en in het bijzonder voor worstenbrood.

Voorwaarden & Aansprakelijkheid
Stichting Worstenbrood beroept zich te alle tijde op het recht om de worst dan wel zonder brood, dan wel met brood te serveren.
Indien de worst zonder brood wordt geserveerd, is de persoon die de worst nuttigt zelf aansprakelijk voor onvolkomenheden beschreven in artikel 2.2a. van het hoofdstuk 'Onvolkomenheden' in de sectie 'Bijzondere Onvolkomenheden i.c.m. aansprakelijkheid'.
Indien de worst wel met brood wordt geserveerd, zijn de kosten hiervan voor de individuele rechtspersoon die zich behoudens het R.V.E.P.* vermag om de beschikking te hebben over de eigen z.g. financiële depots aangaande privé-uitgaven.
Indien de worst zonder brood, en tevens zonder worst wordt geserveerd, is het risico hiervan voor de individuele rechtspersoon, dit betekent dat Stichting Worstenbrood niet hoofdelijk aansprakelijk, z.g. rechtswege, noch fysiek of instrumenteel aansprakelijk kan worden gesteld voor enigerlei emotionele zaken ook wel afgedaan met woorden als 'teleurstelling' c.q. 'ergernis' e.d.
Voor verdere informatie betreffende Voorwaarden & Aansprakelijkheid verwijzen wij u door naar paragraaf 3.24u. van hoofdstuk Verregaande Belangenverstrengeling, Bijzondere Voorwaarden c.q. inbezitnemingsrecht uit de slotparagraaf van het hoofdstuk 'Besluitneming Inzake Worstenbrood Kopen Zonder Worst Aanwezig Noch Brood'.
* Recht Van Eigen Portemonnee.

Het Bestuur van Stichting Worstenbrood
Het bestuur van Stichting Worstenbrood komt twee maal per jaar samen in het speciale daarvoor ingerichte autobusje van de Stichting Worstenbrood. Dit autobusje draagt de geelbeletterde merknaam van Stichting Worstenbrood en draagt de kleur 'donkerblauw' als achtergrond. *
Om teleurstelling te voorkomen, heeft het bestuur zich ten regel gesteld dat er slechts drie mensen per vergadering worden toegelaten in de hierboven beschreven vergaderplek c.q. ruimte.
In het verleden hebben er hieromtrent enkele strubbelingen plaatsgevonden, daar ene mijnheer C. de W. uit Best zijner tweelingbroer (die niet was ingeschreven als hoofdelijk bestuurder, slechts als aspirant-lid**) had meegenomen, hetgeen de ruimte vulde met welgeteld vier personen i.p.v de gebruikelijke drie personen (als hierboven zodanig besproken als zijnde drie personen).
Destijds is op last van brandweer en Stichting Belangenbeharteging Veiligheid Werknemers c.q. Bestuursleden Worstenbroodverkoop een dwingend verzoek geweest het aantal telbare *** leden slechts te behouden op het aantal geteld als zijnde drie.
Verder behoudt het bestuur van Stichting Worstenbrood altijd het recht worstenbrood te nuttigen tijdens vergaderingen en bijeenkomsten.
Indien er geen worstenbrood voorradig is tijdens vergaderingen, danwel bijeenkomsten van het bestuur van Stichting Worstenbrood, heeft het bestuur te alle tijden het recht om 'ergens anders' worstenbrood te kopen (dit bij uitzondering met financiële middelen afkomstig uit de z.g. 'fooienpot') alvorens de vergadering aan te vangen.
* Uitgezonderd beschadigingen aan de lak welke wellicht een andere kleur hebben gekregen dan het busje oorspronkelijk vermag
** Aspirant-leden worden niet geacht deel te nemen aan de vergadering
*** Telbare leden houdt in: tellen van 1 tot oneindig, beginnende bij het getal '1'


© Jiska de Vries 2013