maandag 30 juli 2012

Hehe

Lachen op internet is best apart.
Wat zeg ik? Lachen op internet is een hele belevenis.
Wat zeg ik? Lachen op internet is een belevenis op zich.
Een geheel op zichzelf staande belevenis dus. Een zelfstandig opererende belevenis. Zonder bijbedoelingen. En zonder zwitserlevengevoel.

Zo heb ik mijzelf er onlangs op betrapt dat ik ben begonnen met lachen op internet. Het is zomaar gekomen, vanuit het niets. Vanuit een zelfstandig opererende beginfase.
Hoe ik op internet lach? Ik lach met 'haha'.
Ongelooflijk debiel eigenlijk, 'haha' intypen. Terwijl je tegelijkertijd aan het lachen bent. Haha. Maar je kan net zo goed zitten te huilen want je kunt typen wat je wil en niemand die ziet of je wel écht aan het lachen bent.
Jammer genoeg is er ook nog geen lachpolitie die controleert of de mensen die 'haha' ingetypt hebben wel écht aan het lachen waren. Of aan het knipogen als ze een knipoogsmiley neer hadden gezet.
Smileypolitie bestaat ook nog niet.
Best jammer eigenlijk, want het lijkt mij best leuk als er eens iemand aanbelt met een gele smiley op zijn blauwe politiepakje en dan komt controleren of ik mijn smileys wel op integere wijze gebruik.
Als de man er dan achter zou komen dat de smiley daadwerkelijk integer gebruikt werd, zou ik een smiley sticker op mijn deur krijgen met daaronder het woord: integriteitsgarantie. Ja, dat lijkt mij echt te gek.
Edoch, ik lach met 'haha'. Er zijn echter ook mensen die lachen met 'hehe'. Ik vind dat best wel een gemeen klinkend lachje. Echt zo'n lachje van iemand die in zijn vuistje lacht en ondertussen snode plannetjes aan het smeden is om je het leven zuur te maken.
Zo'n lachje.
Zo leer je je Facebookvrienden nog eens kennen zeg.
Met hun snode plannetjes.
Je hebt ook nog een andere internetlach: mwoehahahahahahaha.
Er zijn echter slechts enkelingen die zich aan deze lach wagen. Dat zijn de echte schurken. Want zeg nou zelf, dit klinkt toch zeker wel als De Ware Schurkenlach.
Als een zelfmoordterrorist die zichzelf opblaast in een volle bus, en dat 'mwoehahahahahahaha'
is dan zijn laatste lachsalvo voordat hij opgeblazen is.
Nee, mij niet gezien.
Ik hou het voorlopig lekker bij 'haha'. Maar niet te vaak en ook zeker niet te snel. Want voor de dagelijkse lach verkies ik toch boven alles de smiley.
Met integriteitsgarantie.
Haha.



© Jiska de Vries 2012

maandag 23 juli 2012

Brief aan Douwe


                                                                                                                        
                                                                                                                       Breda, 23 juli 2012
 

Geachte Mijnheer D. Egberts (of mag ik Douwe zeggen?)

Vandaag zag ik op Facebook een ontluisterende foto van één van uw verpakkingen van koffie.
Het ging om een onscherpe foto gemaakt door mijn Facebookvriend Paul Peters (P2 voor intimi, maar dat bent u dus niet).
Die onscherpte kan ik verklaren door u mede te delen dat P2 een slechte en ongeïnteresseerde
fotograaf is (dit waren zijn eigen woorden). Maar dat terzijde.
Op deze foto valt, hoewel onscherp, de instructie te lezen van de wijze waarop uw koffiepak te openen dient te worden.
Er staat de volgende tekst: EENVOUDIG TE OPENEN.
Daaronder staan welgeteld twee (!) tekeningen waarin wordt uitgelegd hoe het pak te openen.
Daarnaast staat EN een telefoonnummer EN een website-adres (!).
Mijnheer Egberts, vind u nou zelf ook niet dat u hierbij uzelf een beetje tegenspreekt?
Wat zeg ik, een beetje? Ontzettend!
Als het pak werkelijk eenvoudig te openen was geweest, dan zou u toch er toch zeker geen tekeningetje bij hoeven zetten?
En toch al helemaal geen telefoonnummer en godbetert al helemaal geen webadres?!
Zelfs de woorden 'eenvoudig te openen' zouden overbodig zijn geweest als uw pakket daadwerkelijk eenvoudig te openen zou zijn geweest!
Ik wil verder geen uitspraken doen over hoe al dan niet eenvoudig uw koffiepak te openen valt, maar ik wil hier wel even heel duidelijk maken dat u niet moet sollen met uw klanten!
En al helemaal niet met P2.
Of klopt het wel dat het pak eenvoudig te openen is en zijn de tekeningetjes en de rest slechts op te vatten als betutteling?
In dat geval vind ik dat u het alsnog achterwege had kunnen laten. Want zeg nou zelf, er is heden ten dage toch al genoeg betutteling in dit godvergeten polderland?
Juist om de teleurstelling hieromtrent besloot mijn beste P2 vandaag een bakkie troost te gaan nuttigen.
En wat trof deze arme ziel aan?
Louter bedrog! Ik denk namelijk helemaal niet dat het hier verregaande betutteling betreft.
Neen!
Dit is bedrog in zijn puurste vorm.
U spreekt over de woorden 'eenvoudig te openen' om vervolgens uitputtende uitleg en nazorg te bieden voor het geval het pak níet eenvoudig te openen zal blijken te zijn.
Wat probeert u hier eigenlijk mee te suggereren?
Dat het pak dan wel eenvoudig te openen is, maar de gemiddelde koper van uw koffie gewoon godsgruwelijk dom is?
Zodat u er alsnog een tekeningetje en van alles en nog wat bij moest zetten?
Wat denkt u wel!
U lachte zeker in uw vuistje he, toen u de verpakking ontwierp?
Waar of niet?
Een beetje over de ruggen van uw klanten uw genoegdoening proberen te krijgen, bah.

Hierbij wil ik u dan ook vriendelijk DOCH DRINGEND verzoeken uw koffieverpakking zo snel mogelijk te wijzigen in iets dat wel door de beugel kan.

Anders ben ik bang dat deze zaak nog een staartje gaat krijgen.
En ik deins nergens voor terug!

Met vriendelijke groeten,

De advocaat van P2 (Paul Peters voor u)


© Jiska de Vries 2012

Naaien

Laatst zag ik een nieuwsitem over ruilhandel.
Het vond zich plaats ergens in Griekenland. Ontstaan door de economische malaise aldaar.

Het ging als volgt: er was een man met een kepjoeter.
En er was in die computer een niet-bestaande bestaande munt (leest u dat goed? Ja, dat leest u goed).
Een munt die alleen in de kepjoeter bestond dus.
Nepgeld.
Een vrouw in dat filmpje vertelde aan de kepjoeterman welke diensten zij aanbood. Kepjoeterman zette dat dan in de kepjoeter.
Mevrouw haalde dan in het filmpje vis op van een visboer, en dat werd dan genoteerd, en kostte haar dan een bepaald bedrag aan 'nepgeld'.
Hetgeen zij weer zou kunnen terugverdienen door zelf iets van haar diensten uit te voeren.

Ik vroeg mij af of dat ook niet iets voor ons is, die ruilhandel.
En zag het gelijk helemaal voor me:

Een mevrouw. Ze zou aan een kepjoeterman vertellen dat ze goed is in naaien.
Zonder verdere uitleg, want mevrouw is kort van stof.
Een paar uur later komt er dan een man met een gat in zijn broek bij de kepjoeterman aan.
Hij zegt dan dat hij iemand zoekt die kan naaien.
Hij krijgt het adres van Mevrouw Kort van Stof en zo komt het dan dat hij bij haar aanbelt.

De mevrouw die open doet draagt een te kort rokje in het fel roze, een te verhullend topje met een rijgsnoer erin, en te lange latex laarzen in het knalrood.
Maar de man zit zo met zijn gat dat hij zich daardoor niet laat afschrikken.
Hij vraagt haar vervolgens of ze kan naaien en mevrouw knikt van 'ja' en laat hem binnen.
Eenmaal binnen vraagt mevrouw wat hij wilt en meneer zegt: tja, ik zit natuurlijk met dat gat.
En wijst naar het gat in zijn broek.
Mevrouw is echter nagenoeg blind en denkt dat hij een midlifecrisis bedoelt.
Ze slaat een arm om zijn schouder.
Meneer heeft al twintig jaar geen genegenheid ontvangen van een vrouw en hij grijpt deze kans met beide handen aan.
Hij slaat zijn armen om haar heen.
Zo komt dan van het één het ander. Er vindt ruilhandel plaats. 
Mevrouw blijkt inderdaad goed te kunnen naaien.

En ik besloot dat het helemaal geen slecht idee was, die ruilhandel naar Nederland halen.

vrijdag 20 juli 2012

Henk en Ingrid

Stel je eens voor dat hallucinaties de werkelijkheid zijn en de werkelijkheid een hallucinatie is.

Stel je eens voor dat mensen die hun hele leven lang psychotisch zijn eigenlijk genieën zijn en hun psychiaters de échte gestoorden.

Stel je eens voor dat Anders Breivik geheel ten onrechte over vijfhonderd jaar in de geschiedenisboeken te boek zal staan als de redder van de Westerse democratie.
Stel je eens over dat er nog een andere planeet bestaat als de aarde, die nog veel groter is, waar de übermenschen die daar wonen ons besturen zonder dat we het zelf doorhebben.
Stel je eens voor dat de zon niet voor niets opging.
Wat zouden we dan failliet zijn met zijn allen.

Stel je eens voor dat er over duizend jaar een middel is gevonden waardoor de mens onsterfelijk kan worden, en er vanwege de overbevolking een verbod komt op zwangerschap.
Stel je eens even voor dat in de verre toekomst het bestaan van kabouters wetenschappelijk wordt aangetoond. Hoe zou de wereld er dan uitzien?
Stel je voor dat de wereld over niet afzienbare tijd alleen nog maar ruilhandel kent en men over een tijd niet eens meer weet wat het woord 'geld' betekent.
Stel je voor dat Jezus terugkeert op aarde en de mensheid weer eens een lesje komt leren, welk lesje zou dat dan zijn?

Stel je voor dat er na de val van de democratie geen staatsvorm meer zal bestaan en dat het ieder voor zich wordt, zal er dan meer of juist minder oorlog zijn in de wereld?
Stel je eens voor dat wij mensen net zo kunnen vliegen als vogels maar dat we er alleen nog niet achter zijn gekomen hoe we het moeten doen.
Stel je voor hoe iemand daar ineens wel achter komt en wat dit voor de NS zal betekenen.

Stel je eens voor dat in het nieuws komt dat een Nederlands echtpaar dat écht, écht waar Henk en Ingrid heet, in een burenruzie een Turkse buurman vermoord?
Nee, dat gaat te ver.


© Jiska de Vries 2012

donderdag 19 juli 2012

Kutsla

Dat jonge sla tot zoiets verderfelijks kon leiden als kutsla, had niemand vermoed.
Ook de oude dichter niet.

Gister een documentaire gezien over de onlangs overleden dichter Rutger Kopland.
In de documentaire werd hem in een televisiefragment gevraagd of hij een gedicht van eigen hand wilde voorlezen.
Dit werd hem toegeschoven in een opengeslagen dichtbundeltje.
Hij had er duidelijk niet echt zin in.

'Moet ik dat echt voorlezen'.
'Het is het gedicht Jonge Sla, uw populairste gedicht'.
Ja, zie je hem denken, die kutsla. Wilde dat ik het nooit geschreven had.
'Ik heb nog veel meer gedichten geschreven' sputterde de dichter nog tegen.
Hanneke Groenteman (whats in a name?) zegt: 'ja, dat weten we, maar wilt u het toch voorlezen'.
Je ziet nog een beetje vertwijfeling bij de arme dichter, het willoos slachtoffer van zijn eigen product. Uiteindelijk geeft hij zich over.
Hij leest het gedicht over de kutsla op een tergend onverschillige manier op.
Het gedicht wordt niet gedragen, het wordt op de grond gesodemieterd.
Behalve bij het laatste woord. Bij het laatste woord is de dichter ineens weer helemaal kwiek en roept krachtig: nee.
Dat geeft het geheel alsnog een beetje sjeu.
Later in de documentaire rept hij over 'de kwaliteit van de stilte', waarmee hij impliceert dat hij helemaal geen zin meer heeft in die kutsla in september en dan nog liever naar de kwaliteit van de stilte luistert.
Als dichter zijnde verpakt hij zijn boodschappen natuurlijk (whats in a word?) in poëtisch verkapte taal, maar ik begrijp dat soort dingen.
Later in de documentaire, die eigenlijk best saai was, zegt hij nog: 'Ook lachen is een diepgewortelde gevoelsuiting'.
De man had echt iets met groenten.
De sla echter (en met name de jonge in september, slap nog, in vochtige bedjes), kon hij maar moeilijk verdragen.
Daarom is hij denk ik ook in de maand juli gestorven, omdat hij per se niet in september wilde overlijden.
Dat zal die kutsla leren.
Met hun vochtige bedjes.

© Jiska de Vries 2012

woensdag 18 juli 2012

De interim

Ik heb vandaag mijn lievelingscassière gedist.
Het ging per ongeluk.

Het is trouwens niet mijn echte lievelingscassière, want die is op vakantie. Althans, daar ga ik vanuit. Aangezien ik haar niet meer gezien heb sinds de zomertijd is aangebroken.
Het kan ook zijn dat ze een burn-out heeft, of van baan verandert is.
Maar ik denk het niet want mijn lievelingscassière is heel trouw.
Ik ken haar eigenlijk helemaal niet maar dat soort positieve eigenschappen dicht ik haar met het grootste gemak toe.
Anyways, de lievelingscassière waar ik het nu over heb is dus een interim. Een interimlievelingscassière ja.
Vandaag stond ik bij haar aan de kassa, en zij zat wat te praten met de klant voor mij.
Ze riep plotseling uit: Oh! Ariël in de aanbieding?! Dat wist ik helemaal niet!

De klant knikte even met haar hoofd als in: ik wel.
Ik luisterde mee en keek ondertussen naar een poster die achter haar op het raam zat geplakt. Heel groot, duidelijk, en met felle kleuren: aanbieding ARIEL en dan wat afbeeldingen van Ariël verpakkingen ernaast.
De interim riep nog verder: Oooh! Maar heb ik dan niet goed in het krantje gekeken! Hoe kan dat nou?!
De klant wist het ook niet.  
Ik twijfelde of ik het zou zeggen.
De interim ging nog even door met haar ontsteltenis en ik kon me niet langer inhouden en wees naar de poster. Ik zei: het staat daar ook.
De interim werd een beetje rood en zei hoe dom ze wel niet was dat ze dat over het hoofd had gezien. Shit, dat was niet mijn bedoeling.
'Interim, ik hou van je!', schreeuwde het in mij.
Ik wilde haar zeggen dat het allemaal wel meeviel, dat zoiets kan gebeuren, dat ik het zo niet bedoelde, dat we allemaal weleens iets over het hoofd zien.
Mijn keel zat echter dichtgeknepen door een mengeling van schaamte en schuldgevoelens.
Ik kon nog net 'nee, dank je' zeggen toen ze vroeg of ik nog koopzegels wilde.
Vervolgens wenste ze me met een stralende glimlach (zoals alleen zij dat kan) een hele fijne dag toe.
Ze had me alweer vergeven, de schat.
Ik gaf haar een minzaam glimlachje terug.
We moeten natuurlijk niet gaan overdrijven.


© Jiska de Vries 2012

Puzzelen

Ik heb mijn psycholoog gedumpt.

Heb het allemaal uitgelegd. Waarom ik vond dat ik niet met haar verder kon.
Als reactie gaf ze: 'het puzzelt me'.
Vond ik best een opmerkelijke zin voor een psycholoog.
Achter haar stond een kast met daar bovenop een boek genaamd: 'Het boek met alle antwoorden'.
Toen ze zei dat het haar puzzelde, wilde ik haar het boek aanraden dat achter haar lag.
Maar ik hield me in. Wilde haar niet op de kast jagen.

Ze was trouwens al best wel op de kast gejaagd, want toen ik haar mijn boodschappenlijstje met klachten (en met bibberende stem) voorlas, zag ik haar bijna in huilen uit barsten.
Althans, daar leek het best wel op.
Toen ik klaar was met mijn relaas, vroeg ik haar wat zij ervan vond.
Daarop zei ze het dus, van dat puzzelen.
Terwijl ze dat zei, had ze haar rechterbeen strak over het linker geslagen, en begon ze haar rechtervoet hard heen en weer te bewegen. Een tic die ik ook weleens bij mezelf heb terug gezien, in situaties van uiterste gespannenheid.
En niet alleen bij mezelf, ook bij medepatiënten toen ik was opgenomen in een kliniek.
Toen zag ik pas hoe irritant dat eruit ziet.
Hetgeen mij niet verhinderde er zelf toch mee door te gaan.
Je moet toch wat.

Mijn psycholoog en ik hebben al met al met wederzijds respect en sympathie afscheid genomen.
Ik zei haar nog wel dat ik het tragisch vond, dat ik me snel onbegrepen voel en dat ik daardoor vaak word teleurgesteld door hulpverleners.
En daar dan weer beschadigd door raak.
Zij twijfelde even zichtbaar (ik denk dat het haar puzzelde) maar besloot akkoord te gaan met het woord 'tragisch'.
En beaamde mijn woorden.
Ze was bovendien erg blij met wat ik allemaal had verteld, en zei dat ze er veel van geleerd had.
Dat vond ik ergens ook wel weer tragisch, maar ik hield mij in.
Wilde haar niet nog meer puzzelen.


© Jiska de Vries 2012

Het anti-Europese gevoel

Gisteravond deed Frits Wester voor het RTL-nieuws verslag over de uitlatingen van Rutte over hoe het nu verder moet met het Europese beleid, en sprak daarbij in een bijzin de volgende woorden '(…)....maar Rutte weet heel goed dat het anti-Europese gevoel in Nederland heel sterk groeit'.
Oh is dat zo? Dacht ik.
Hebben wij in Nederland een anti-Europees gevoel dan?
Echt zó prettig dat de media ons zo nu en dan kan inlichten over hoe het staat met ons nationale gevoelsleven.
Hadden wij de media niet, dan zouden wij er wellicht zomaar aan voorbij zijn gegaan.

Het goede nieuws is, dat wij in dit koude kikkerlandje toch wel degelijk gevoel in onze donder blijken te hebben.
Een enorme opluchting natuurlijk.
Het slechte nieuws: wij blijken anti-Europees te worden.
Met rasse schreden, zo stelt Frits Wester, want het is groeiende. Zelf heb ik er nog weinig van gemerkt. Maar ik zou er ook geen tijd voor hebben om het te merken, want ik heb het veel te druk met het reilen en zeilen binnen mijn eigen emotionele universum.
Goed, stel dat het nou écht zo is dat er een anti-Europees gevoel groeiende is.
Is dat dan erg?
En, vraag ik me af, is dat echt zo nieuw als het RTL-nieuws het doet voorkomen?
Ik kan mij namelijk een referendum herinneren uit 2005, waarbij een ruime meerderheid zich uitsprak tegen een Europese Grondwet.
Dit zou best eens kunnen zijn voortgekomen uit een anti-Europees gevoeletje.
Over de wenselijkheid van de Europese Unie zelf en de euro zijn in Nederland nooit referenda gehouden.
Waarom eigenlijk niet? Ik heb wel zo mijn vermoedens.
De eenwording van Europa is vooral iets waar bepaalde politici zich enthousiast voor hebben ingezet.
De individuele burger heeft er volgens mij over het algemeen nooit veel mee op gehad. 
Het zal het merendeel een rotzorg zijn hoe het in Europa beleidsmatig allemaal geregeld wordt, zolang ze er maar geen last van krijgen in hun privé-leven.
Waarvan akte.


© Jiska de Vries 2012

Kleine indruk

Ik kwam net in de supermarkt een advertentie tegen met een opmerkelijke zin.
Het ging over een kat genaamd Spooky, die kwijt was.

De advertentie opent met de zin 'Spooky is een kater die vrij korte poten heeft, en een kleine indruk maakt'.
Mijn fantasie sloeg gelijk helemaal op hol.
Natuurlijk begrijp ik ook wel dat met 'een kleine indruk' wordt bedoelt dat desbetreffende kater nogal klein oogt (en misschien ìs hij dat ook wel gewoon).

Maar er is ook nog een andere mogelijkheid.
Bijvoorbeeld dat de eigenaar vindt dat de kater in kwestie gewoon écht niet zoveel indruk maakt.
Een beetje een muurbloempje, die kater van ons.
Wel lief hoor, daar niet van. Maar hij maakt gewoon niet zoveel indruk.

Ik stelde mij voor hoe de eigenaar binnenkort langsgaat bij het dierenasiel, om te kijken of ze hem daar toevallig hebben gevonden.
Bij het omschrijven van de kater zou de eigenaar dan precies dezelfde bewoordingen gebruiken als in de advertentie.
Hij kucht even en zegt: 'hij maakt een kleine indruk'.
Waarop de medewerker, die al 'hij maakt' had ingetypt op haar computerscherm, licht beledigt opkijkt en zegt:
'Oh, een kleine indruk zegt u?'
De man knikt met blozende wangen van ja.
'Nee, daar doen wij hier niet aan. Een asiel van dit kaliber laat alleen katten toe die een grote indruk maken.'

'Vooral op de plaatselijke bevolking' roept een stagiaire er nog achteraan.

De medewerker gaat verder: 'Wat denk u wel niet zeg! Een goedemiddag meneer!'
Waarop de eigenaar de medewerker bedremmeld aankijkt en zegt: 'maar mevrouw....'

De medewerker in kwestie zal echter onverbiddelijk zijn en zeggen: 'ik zei, een goedemiddag meneer!'.
En meneer zal met het schaamrood op de kaken afdruipen.

Aan het eind van de advertentietekst staat overigens: 'Hij komt normaal nooit buiten'.
Tja, dat snap ik wel, dacht ik.
Als je eigenaar op zo'n manier over je denkt!
Die kater denkt natuurlijk dat hij zich met zijn kleine indruk nergens kan vertonen in de wereld.
En ziet het leven inmiddels helemaal niet meer zitten.

Toen ik dat bedacht had liep ik huilend de winkel uit en keek ondertussen uit naar een kat met vrij korte poten die ergens in de goot lag.


© Jiska de Vries 2012