Ik heb mijn psycholoog gedumpt.
Heb het allemaal uitgelegd. Waarom ik vond dat ik niet met haar verder kon.
Als reactie gaf ze: 'het puzzelt me'.
Vond ik best een opmerkelijke zin voor een psycholoog.
Achter haar stond een kast met daar bovenop een boek genaamd: 'Het boek met alle antwoorden'.
Toen ze zei dat het haar puzzelde, wilde ik haar het boek aanraden dat achter haar lag.
Maar ik hield me in. Wilde haar niet op de kast jagen.
Ze was trouwens al best wel op de kast gejaagd, want toen ik haar mijn boodschappenlijstje met klachten (en met bibberende stem) voorlas, zag ik haar bijna in huilen uit barsten.
Althans, daar leek het best wel op.
Toen ik klaar was met mijn relaas, vroeg ik haar wat zij ervan vond.
Daarop zei ze het dus, van dat puzzelen.
Terwijl ze dat zei, had ze haar rechterbeen strak over het linker geslagen, en begon ze haar rechtervoet hard heen en weer te bewegen. Een tic die ik ook weleens bij mezelf heb terug gezien, in situaties van uiterste gespannenheid.
En niet alleen bij mezelf, ook bij medepatiƫnten toen ik was opgenomen in een kliniek.
Toen zag ik pas hoe irritant dat eruit ziet.
Hetgeen mij niet verhinderde er zelf toch mee door te gaan.
Je moet toch wat.
Mijn psycholoog en ik hebben al met al met wederzijds respect en sympathie afscheid genomen.
Ik zei haar nog wel dat ik het tragisch vond, dat ik me snel onbegrepen voel en dat ik daardoor vaak word teleurgesteld door hulpverleners.
En daar dan weer beschadigd door raak.
Zij twijfelde even zichtbaar (ik denk dat het haar puzzelde) maar besloot akkoord te gaan met het woord 'tragisch'.
En beaamde mijn woorden.
Ze was bovendien erg blij met wat ik allemaal had verteld, en zei dat ze er veel van geleerd had.
Dat vond ik ergens ook wel weer tragisch, maar ik hield mij in.
Wilde haar niet nog meer puzzelen.
©
Jiska de Vries 2012