Ook de oude dichter niet.
Gister een documentaire gezien over de
onlangs overleden dichter Rutger Kopland.
In de documentaire werd hem in een
televisiefragment gevraagd of hij een gedicht van eigen hand wilde
voorlezen.
Dit werd hem toegeschoven in een
opengeslagen dichtbundeltje.
Hij had er duidelijk niet echt zin in.
'Moet ik dat echt voorlezen'.
'Het is het gedicht Jonge Sla, uw
populairste gedicht'.
Ja, zie je hem denken, die kutsla.
Wilde dat ik het nooit geschreven had.
'Ik heb nog veel meer gedichten
geschreven' sputterde de dichter nog tegen.
Hanneke Groenteman (whats in a name?) zegt:
'ja, dat weten we, maar wilt u het toch voorlezen'.
Je ziet nog een beetje vertwijfeling
bij de arme dichter, het willoos slachtoffer van zijn eigen product.
Uiteindelijk geeft hij zich over.
Hij leest het gedicht over de kutsla op
een tergend onverschillige manier op.
Het gedicht wordt niet gedragen, het
wordt op de grond gesodemieterd.
Behalve bij het laatste woord. Bij het
laatste woord is de dichter ineens weer helemaal kwiek en roept
krachtig: nee.
Dat geeft het geheel alsnog een beetje
sjeu.
Later in de documentaire rept hij over
'de kwaliteit van de stilte', waarmee hij impliceert dat hij helemaal
geen zin meer heeft in die kutsla in september en dan nog liever naar
de kwaliteit van de stilte luistert.
Als dichter zijnde verpakt hij zijn
boodschappen natuurlijk (whats in a word?) in poëtisch verkapte taal, maar ik begrijp
dat soort dingen.
Later in de documentaire, die eigenlijk
best saai was, zegt hij nog: 'Ook lachen is een diepgewortelde
gevoelsuiting'.
De man had echt iets met groenten.
De sla echter (en met name de jonge in
september, slap nog, in vochtige bedjes), kon hij maar moeilijk
verdragen.
Daarom is hij denk ik ook in de maand
juli gestorven, omdat hij per se niet in september wilde overlijden.
Dat zal die kutsla leren.
Met hun vochtige bedjes.
© Jiska de Vries 2012
Met hun vochtige bedjes.
© Jiska de Vries 2012