donderdag 31 oktober 2013

Menswaardig

Menswaardig

In de uitzending van De Vijfde Dag van 23 oktober jl. stond de vraag 'Moet alles wat medisch gezien kan?' centraal (ofwel: doorbehandelen bij terminale kanker of niet).

Het palliatieve zorgteam van het Rijnland Ziekenhuis te Arnhem werd in hun handel en wandel door de camera van De Vijfde Dag gevolgd. De medici uit dit betreffende zorgteam begonnen een paar jaar geleden als 'pioniers', en zij zijn in hun benaderingswijze nu een voorbeeld voor vele andere ziekenhuizen.

Het uitgangspunt van dit team is: de patiënt. En dan vooral de vraag richting de patiënt: 'Hoe kunnen we zorgen dat u het stukje leven dat u nog hebt, zo goed mogelijk doorkomt?'
Best een logisch uitgangspunt, zou je denken, maar blijkbaar is dit iets nieuws in Neerlands Zorgland.

Citaat van een internist-oncoloog die binnen dit team werkt: '(....) We werden technisch zo goed met alle machines en dergelijken, dat ik mij begon af te vragen of er ook nog ruimte is om naar de patiënt te kijken, met hun ziek zijn'.
Deze zogenoemde ruimte werd in dit ziekenhuis vervolgens gecreëerd, en zo ontstond een aantal jaar geleden dit zorgteam dat kijkt naar de hele mens, en niet alleen naar de diagnose. 

Dit houdt in dat er niet alleen gesprekken worden gevoerd rondom de diagnose, maar ook over wat er nog meer speelt in het leven van de patiënt. Want de patiënt is niet de ziekte alleen, en niet alleen met de ziekte.
Een journalist stelt echter in dit item aan een arts uit het zorgteam de terechte vraag: 'Tot hoever mag u zich bemoeien?'
Waarop de arts antwoord dat hij zich 'met heel veel' mag bemoeien: 'Ik hoef niet alleen te kijken naar chemotherapie of diagnostiek, ik kijk naar het hele mensbeeld'.

In de studio zit een medisch adviseur van Achmea, en ook zij beaamd: 'Je kan niet zeggen dat je alleen naar de diagnose kanker kijkt, dat is te weinig. Je moet kijken: hoe is dit voor de patiënt?' 
Zo was er in het item bijvoorbeeld een jonge moeder te zien, die terminaal ziek was. 
Zij legde uit dat voor haar, in tegenstelling tot sommige andere kankerpatiënten, kwantiteit van leven in zekere zin zwaarder woog dan kwaliteit.
Dit omdat haar jongste zoontje pas vier jaar oud was, en hij nu pas herinneringen van haar zou ontwikkelen. Dan is een paar maanden leven erbij belangrijker dan in het geval zij bijvoorbeeld een bejaarde vrouw zou zijn geweest. Dan zou kwaliteit van leven voorop staan.

Oftewel: het komt erop neer dat er bij dit zorgteam als het ware een lichtje is gaan branden, en zij tot het besef zijn gekomen dat het belangrijk is om niet alleen naar diagnostiek te kijken, maar naar de hele mens. 
Hierbij bleek ook nog eens dat deze benadering heel wat extra kosten aan onnodige behandelingen scheelt. Omdat er meer werd gekeken naar waar echt behoefte aan was, in plaats van als een gek te focussen op diagnostiek, bleek er qua behandeling vaak veel minder nodig.
Het klinkt allemaal heel logisch. 

Toch is deze kleine omwenteling in dit gedeelte van de Nederlandse Gezondheidszorg opmerkelijk te noemen, omdat er bij deze benadering sprake is van een meer holistische kijk op de gezondheid in plaats van de gangbare, puur wetenschappelijke benadering.
Ik zie dit als een grote winst, en ik begrijp niet waarom niet de hele zorg is ingericht op deze benadering.

Het pionierswerk dat het palliatieve zorgteam in Arnhem verricht juich ik dan ook van harte toe.
Hoewel ik moet zeggen dat ik het wel wrang vind dat pas bij mensen die terminaal ziek zijn een 'menswaardige benadering' (benadering waarbij niet alleen naar de diagnose, maar naar de hele mens wordt gekeken) wordt toegepast, in plaats van bij alle typen patiënten. 
Mijns inziens wordt het tijd dat de hele Nederlandse Gezondheidszorg de meer holistische benadering gaat toepassen.

De reguliere zorg kan iets leren van onder andere de antroposofische geneeskunde - welke naar mijn mening ten onrechte vaak zeer negatief wordt weggezet in de media in dit land - , die al sinds jaar en dag naar de hele mens kijken, en niet alleen naar de diagnose van een patiënt.

woensdag 23 oktober 2013

Zwarte Piet I


Zwarte Piet

De Zwarte Piet kwestie, ik vind hem ingewikkeld.
Mijn eerste neiging is te zeggen dat het onzin is dat het fenomeen Zwarte Piet een uiting van racisme is, immers: het is niet racistisch bedoelt. Ook voel ik mij enigszins aangevallen in deze discussie.

Ik ben namelijk een groot fan van de Sinterklaastraditie, juist omdat zo überNederlands is, één van de laatste Nederlandse tradities die nog (enigszins) overeind staat. Heel anders dan bijvoorbeeld het Kerstfeest, dat volledig geamerikaniseerd is en daardoor mijns inziens een veel hollere (commerciële) betekenis heeft gekregen dan het Sinterklaasfeest.
Ook in het licht van de tijd gezien, de tijd van globalisering en daardoor steeds meer opheffing van de eigen culturele waarden die voorheen als vanzelfsprekend bij een eigen identiteit van een land horen, lijkt het willen behouden van die laatste eigen culturele traditie een reële wens.

Wanneer ik mij echter verplaats in de partij die zich gekwetst voelt door het fenomeen Zwarte Piet, dan kan ik mij daar óók iets bij voorstellen. Wanneer je de voorbeelden hoort van bijv., de moeder van Quinsy die op een beledigende manier door een collega wordt betiteld als 'Zwarte Piet', dan gaan ook mijn haren overeind staan.
Ofschoon ik ook de neiging heb om te denken: dat is een exces. Een exces van een samenleving die in principe niet racistisch is. Ergo: de meeste mensen die het Sinterklaasfeest vieren zullen daar geen enkele racistische gedachte bij hebben, laat staan iets uiten in die trant.

Het feit echter, dat Zwarte Piet in sommige Sinterklaasliedjes behalve als een held, ook letterlijk ofwel figuurlijk wordt neergezet als 'de knecht' van Sinterklaas, is ook niet mis.
En ik kan mij voorstellen dat dat een kwetsende lading heeft, omdat het refereert aan het pijnlijke slavernij verleden.
En misschien zit daar wel juist de zere plek, de oorzaak, waarvan de hele Zwarte Piet discussie slechts een symptoom is. Er is te weinig aandacht in Nederland voor het slavernijverleden, waarin onze voorvaderen behoorlijk grove misdaden hebben gepleegd.

Nooit heeft bijv. de Surinaamse bevolking hier verontschuldigingen of erkenning voor gekregen vanuit de Nederlandse overheid. Wellicht is dat hetgeen waar deze discussie eigenlijk om draait. En wordt het tijd dat het dan inderdaad ook dáár over gaat.

Ik kan mij zo voorstellen, dat wanneer met name de Surinaamse bevolking, meer erkenning heeft gekregen voor deze schandvlek uit de Nederlandse historie, er vanuit hun kant ook meer begrip zal zijn voor ons verlangen om onze traditie te laten voorleven.
Want die is mij heel wat waard; ook omdat ik mij van geen kwaad bewust ben. Ik ben namelijk geen racist, en zal te allen tijde racisme willen bestrijden.

Daarnaast vind ik echter niet dat een ieder die zich slecht behandelt voelt, altijd in het gelijk gesteld moet worden, alleen uit angst om voor racist te worden uitgemaakt.

Wanneer ik mijzelf daarnaast een spiegel probeer voor te houden, en denk aan de stierenvechten in Spanje, dan besef ik: ook dat is een traditie. In mijn ogen een rare traditie, die wat mij betreft wel mag worden afgeschaft.
Aan de andere kant denk ik: wie ben ík om er iets over te zeggen?
Immers; ik ben geen Spanjaard, ik weet niet hoe het voelt om een Spanjaard te zijn, en opgegroeid te zijn met een dergelijke traditie.

Zo leer ik dat het aan de ene kant wellicht makkelijk te oordelen is als buitenstaander, en snel klaar te staan met je morele oordeel.
Anderzijds is het ook makkelijk om de argumenten van de tegenpartij al te nsel snel terzijde te schuiven met het argument dat het aanstellerij is.

Naar mijn idee zouden beide partijen met elkaar in gesprek moeten gaan om te kijken waar deze discussie werkelijk om draait. En dan is het de bedoeling dat beide partijen proberen zich in te leven in elkaar. Ik denk dat dat de discussie al een stuk vooruit zal helpen, in plaats van alleen op te komen voor de eigen gevoelens die deze kwestie oproept.
Dan zullen Sint en Piet ons huisje vast niet voorbijrijden dit jaar.


dinsdag 1 oktober 2013

Wime

Je zou maar op je tiende (!) met je broer, zonder ouders, naar Nederland zijn gekomen. Een compleet ander land waarvan je de taal en de cultuur niet kent of begrijpt.
Heb je je ooit voorgesteld hoe eenzaam dat moet zijn?
Je komt terecht in een kindertehuis, er zijn geen volwassen die je opnemen in hun gezin of een stabiele factor zijn in je jeugd.
Dat is op zich al iets waardoor je erg beschadigd kunt raken, en wat het erg moeilijk maakt om een gezonde, stabiele volwassene te worden.
Je hebt genoeg redenen om op het slechte pad te raken, je hebt immers geen ouders of andere volwassenen die onvoorwaardelijk van je houden. Laat staan dat je iets van belangrijke bagage meekrijgt om te weten hoe je je als volwassene kunt redden.
Maar toch weet je je te redden, je maakt vrienden, krijgt een relatie, ontplooit je muzikale talenten en je wil een opleiding volgen.

Als dank voor je inzet om ondanks je zware jeugd toch nog iets van je leven te maken, mag je vier jaar lang geen opleiding volgen, zit je jarenlang in onzekerheid over je verblijfstatus, en wordt je uiteindelijk zelfs gevangen genomen.

En waarom? Alleen omdat je wilde (over)leven.
Dat is blijkbaar een misdaad in dit land.